Hieronder volgt het stuk uit de Onderwatersport. Het is aangepast, waar nodig, door Peter Blanker.
Weer eens wat anders…
Nee, van onderijshockey had hij nog nooit gehoord. En de
(laatste) Onderwatersport met de reportage over de eerste wereldkampioenschappen
in het koude water van de Weißensee in
de Oostenrijkse provincie Kärnten had Peter Blanker ook nog niet gezien. Kon
ook niet. Het blad moest nog verschijnen.
Blanker meldde zich eigenlijk met de vraag of de
bezigheid die bij zijn vereniging DOV Botlek toch wel met enige regelmaat wordt
beoefend, onderwatervoetbal, leuk zou zijn voor Onderwatersport. Het was in
Spijkenisse, waar de leden van de club iedere vrijdagavond in het Rivierabad te
water gaan, namelijk niet alleen uitgevonden maar ook een succes. Al een paar
jaar zelfs bij de club die dit jaar ook een kwart eeuw bestaat!
Weinig treffers
Onderwatervoetbal dus. Zoals met zoveel dingen bij
toeval ontstaan. ‘Spontaan uit de groep gekomen’,
zegt Peter Blanker. Hij is bij Botlek als ‘coördinator’ voor het
spelletje belast met de supervisie, zorgt wanneer er wordt gespeeld ook voor
tijdige wisseling tussen de groepen en houdt de scores bij. Niet zo’n zware
taak overigens, dat laatste. Het aantal treffers blijft in de regel beperkt.
‘Scoren is niet zo gemakkelijk,’ lacht hij. ‘Het is een zwaar, vermoeiend
spelletje. Door de weerstand onderwater, door het fanatisme waarmee ook wordt
gespeeld. Je begint met een volle tank. En aan het einde van de avond, terwijl
je toch de meeste tijd boven water bent geweest, is die fles zeker half leeg.’
Het geringe aantal doelpunten is ook te verklaren uit het feit dat een wedstrijd
omdat het zo zwaar is maar drie minuten duurt. Favoriete, in ieder geval veel
voorkomende uitslagen zijn daardoor 0-0 of 1-0.
Terug naar het begin. ‘Het zou leuk zijn om eens over de
bodem te lopen,’ werd er ergens in 2005 tijdens een vrijdagse zwemsessie
geopperd. ‘Maar dan moeten we daarbij wel iets doen,’ kwam er vanuit de
groep terug. ‘Waarom niet voetballen?’was de suggestie van Pascal Pansier en
Adri Broersen. En om een lang
verhaal kort te maken: het werd uitgeprobeerd. Er was enthousiasme genoeg en de
dingetjes die moesten worden geregeld gebeurden ook. Een bal bijvoorbeeld, niet
onbelangrijk immers bij voetbal. Er is gekozen voor een ouderwetse voetbal die
met zout water is gevuld. ‘Niet echt zwaar, zoals een medicinbal’ aldus
Blanker. Maar ook niet echt gemakkelijk boven water uit te krijgen. En ook
strafschoppen schieten of harde poeiers op het doel, ze zijn er met die bal niet
bij. ‘Een meter of drie kan de bal vooruit worden geschoten,’ weet Blanker
inmiddels uit ervaring. Daarna buigt die snel af. Lobjes zijn ook mogelijk. Er
is zelfs geprobeerd om te koppen, maar dat is geen succes.’
Perslucht
Onderwatervoetbal wordt in Spijkenisse gespeeld met
teams van twee of drie spelers (wat het best bij de verdeling uitkomt) die met
perslucht te water gaan, schoentjes aan hebben om blessures te voorkomen en
flink wat lood meenemen. Met de buikgordel kan er zo rechtop worden gestaan en
gelopen. Het speelveld is klein. Zo’n 12,5 bij 10 meter, kan in de breedte van
het bad. De diepte waarop wordt gespeeld en de sinds kort (huisvlijt!)
pvc-doeltjes van ca. een meter breed en een halve meter hoog staan, is zo’n
twee meter. En wisselspelers kunnen in het wat ondiepere deel van het bad
toekijken. Er is ook geprobeerd of er zonder perslucht kon worden gespeeld. Geen
succes. ‘Schiet niet op,’ zegt Blanker. ‘Heb je met veel moeite de bal
drie meter verderop gekregen, moet je alweer lucht happen.’
Het scheelt natuurlijk of er met een team van twee of drie
spelers wordt gespeeld. Bij drie spelers kan er iets van taktiek bijkomen, met
twee spelers loopt de ander altijd zo’n beetje achter de man of vrouw met de
bal aan. Want ook dat: evenals het iets meer beoefende onderwaterrugby waarvan
Onderwatersport al in de juli/augustus uitgave van het vorige jaar verhaalde, is
onderwatervoetbal een gemengde bezigheid. ‘Maar wel echt voetbal,’ vult
Blanker aan. En hij geeft toe dat scheidsrechter Henk van Gijzen, het
soms wel eens niet altijd even gemakkelijk heeft. Henk is vaak de vaste ‘bout-tikker’:
hij tikt met de bout op de stalen trap in het zwembad om het einde van de
speeltijd aan te geven aan de spelers). Bijvoorbeeld die keer dat één van de
spelers wat te wild om zich heenmaaide, tegen een tegenstander op. ‘We hebben
dat direct uitgepraat. Ook al kom je met al dat lood niet zo gemakkelijk naar
boven.’
Clubgebeuren
Onderwatervoetbal is vooralsnog vooral een clubgebeuren
van DOV Botlek. Al zijn er ook al gastspelers van buitenaf geweest die
geprobeerd hebben een balletje onder water mee te trappen. ‘Maar structureel
is dat nog niet. We hebben wel contacten met andere clubs in het Rotterdamse en
wie weet wordt daar nog wel eens een vervolg aangegeven.’ Bij Botlek staat het
onderwatervoetbal vast in het jaarprogramma van de zwembadactiviteiten
opgenomen. Eens per twee maanden ongeveer, als een van de zeven trainingsvormen die de club kent. Naast
het voetbal bijvoorbeeld ook techniek, ongevalsimulatie, conditie,
nettentraining en spelen met een rubberboot. Dat laatste gebeurt overigens niet
meer. De boot is inmiddels verkocht…
Vaste teams zijn er bij het onderwatervoetbal in
Spijkenisse niet. Per keer wordt gekeken wie er aanwezig zijn en wordt een
indeling gemaakt of zoekt iedereen een of twee buddies waarmee wordt gespeeld.
Voor alle denkbare aantallen teams liggen de wedstrijdschema’s klaar. Met zes
ploegen, waarbij iedereen een keer tegen elkaar uitkomt en er dus 15
wedstrijdjes moeten worden gespeeld, is het schema net in een uur af te werken.
‘Het is,’ zo vat Peter Blanker het onderwatervoetbal bij DOV Botlek samen
‘vooral een leuke bezigheid. Een afwisseling om in het zwembad weer eens wat
anders te doen. Maar wel een bezigheid waar je conditie voor nodig hebt.’
Van het onderwatervoetbal zijn ook filmpjes gemaakt. Deze
zijn te vinden op:
http://www.youtube.com/watch?v=nhhWCA15-Ns
en
http://www.youtube.com/watch?v=ht8GmQjZw8g
Of kijk op de website van de maakster:
http://home.kpn.nl/yvonne_hijdra/